Het regent zonnestralen…

Uit de luidsprekers klinkt ‘En het regent zonnestralen… nu rustig ademhalen’. Ik ben bij de optometrist in verband met oogmigraine en leesproblemen. Nadat ik daar een jaar geleden last van begon te krijgen,  zit ik nu met een beeldschermbril te werken achter de pc. Daarnaast heb ik f.lux geïnstalleerd, een programmaatje waarmee je de lichtintensiteit kunt verminderen. De optometrist vraagt hoe vaak ik last heb van oogmigraine. Ze vindt het veel te vaak en wil een uitgebreid onderzoek doen. Ook informeert ze of er oogproblemen in de familie voorkomen. Ik  herinner me dat mijn moeder vele jaren geleden naar het Oogziekenhuis in Rotterdam kwam voor laserbehandelingen. Elke keer als ze daar geweest waren – mijn vader ging altijd mee – kwamen ze nog even langs om thee te drinken. Ik woonde toen – in een leuk huis met lieve vriend – tegenover het Oogziekenhuis. Ik kan me niet meer herinneren hoe die aandoening precies heette, wel herinner ik me haar donkere zonnebril en kwetsbare gestalte.

blog zonnebril

De optometrist druppelt een verdovend goedje in mijn ogen. Omdat mijn oogdruk te hoog is, meet ze tevens de dikte van het hoornvlies. Gelukkig is dat vrij dik waardoor de oogdrukwaarde toch goed blijkt te zijn. Ze legt uit dat je dit altijd in combinatie met elkaar moet beoordelen, omdat het anders niets zegt. Ik heb ook vaatverwijdende druppels gekregen, zodat ze goed kan zien hoe het verder met m’n ogen gesteld is. Ze tuurt in beide ogen, pakt dan een andere lamp en weer een ander apparaat erbij… mijn ogen hebben nog nooit zoveel aandacht gehad. Opeens hoor ik haar zeggen, ‘daar zit een bloedinkje… en daar ook… en daar zie ik een schittering…’ Ik krijg het ter plekke benauwd. Ogen zijn zo teer, zo fragiel, ik vind het veel enger dan bijvoorbeeld iets aan je arm of been hebben. Ik kijk haar verdwaasd aan. Ze laat me de kleine bloeding zien op de foto en drukt me op het hart om binnen twee, drie weken een afspraak met de oogarts te maken in Tilburg en zsm bloed te laten prikken. Beduusd loop ik met de fiets aan de hand weer naar huis.
Marjelle

Foto Pixabay

Summer in the city…


100_1480-001Klik op de foto voor een groter formaat

Paard-en-wagen

Paard-en-wagen Moerenburg, Tilburg
Klik op de foto voor een groter formaat

‘Ik heb het mooiste beroep van de wereld!’

Na ‘Beeld van een blogger’ en ‘Beeld van een tweep’ komen in de derde serie Facebookers aan bod. Op zoek naar de mens achter de avatar, een ontmoeting met een man/vrouw in zijn/haar stad.

Beeld van een Facebooker (7)
Het is een koude regenachtige dag als ik in Tilburg in de trein stap. Na een soepele overstap in Den Bosch kom ik ten slotte op Utrecht Centraal aan. Het is druk, mensen krioelen door elkaar heen en het station oogt chaotisch. Gelukkig is er een behulpzame voorbijganger die me de goede kant op dirigeert. Twintig minuten later sta ik voor de deur van Radboud Spruit. Hij doet open, sympathiek gezicht, warrig haar en spijkerbroek. Door een halfdonkere gang lopen we naar zijn werkplaats waar de geur van zaagsel me al tegemoetkomt. Overal waar ik kijk, zie ik hout liggen. Niet verwonderlijk natuurlijk, want Radboud is grafkistenmaker. We gaan op een klapstoeltje zitten met een kop groene thee, ik leg m’n nog onbeschreven A4-vellen op het rijdende houtblok voor me dat dienstdoet als tafeltje. Hij vertelt dat als iemand hem in de jaren negentig, toen hij pas begonnen was, vroeg naar zijn beroep hij weleens zei dat hij meubelmaker was. Grafkistenmaker werd toch wel een raar beroep gevonden. Het roept ook iets op bij mensen, ze worden er ongemakkelijk, lacherig van.

blog Radboud 12208723_946442055428000_6487545946069913970_n

Radboud geeft het voorbeeld van de man die toen hij hoorde wat zijn werk was tegen hem zei: ‘Stop mij maar in een zak, hoor’, waarop hij toen vriendelijk antwoordde: ‘Dat kan, dat mag. Stop je je dochter ook in een zak? Nee, nou dan…’
De uitvaartwereld is veranderd, gaat hij verder, het is van een mannenwereld overwegend een vrouwenwereld geworden. De uitvaartleider is nu ook meestal een vrouw. Hij vindt het een goede ontwikkeling. Die wereld is ook heel divers: je hebt de uitvaartverzekeringen, door hem de ‘bankenwereld’ genoemd, de klassieke uitvaartwereld en de alternatieve uitvaart. Zelf heeft hij een aantal uitvaarten verzorgd, maar zijn hart ligt toch echt bij het kistenmaken. Hij doet dit werk nu al meer dan zestien jaar fulltime en is zeven dagen per week bereikbaar, ook tijdens vakanties. ‘Waarschijnlijk ben ik de enige grafkistenmaker in Nederland die dat in zijn eentje doet, dag in dag uit, en ik zou niets anders willen’, zegt hij.

‘Het kunstenaartje in mij zegt, ik moet zo nu en dan iets nieuws maken.’

blog Radboud 11928733_905530972852442_4677063916045357828_o

Vroeger was hij heel bang voor de dood en kisten vond hij verschrikkelijk eng, herinnert hij zich nog uit zijn tijd als misdienaar. Hij legt uit wat de aanleiding is geweest om kisten te gaan maken. ‘Ik ben opgegroeid met een moeder die altijd ziek was, ze overleed toen ik twintig was. De uitvaart hebben we toen zelf vormgegeven, maar de kist was zó lelijk dat ik er een doek overheen gelegd heb. Ik heb me toen voorgenomen om ooit zelf een mooie kist te maken. Tien jaar later ben ik daar ook aan begonnen en zo ben ik dus uiteindelijk grafkistenmaker geworden. Wel na een aantal omzwervingen’, voegt hij er glimlachend aan toe. Ik ben benieuwd wat hij nog meer gedaan heeft en hoor een opsomming van banen. Eerst heeft hij kort bouwkunde gestudeerd, vervolgens een tijd in een boekhandel gewerkt, later als groepsleider in de zwakzinnigenzorg, daarna was hij ook nog werkzaam als taxi- en vrachtwagenchauffeur en ten slotte heeft hij lange tijd met veel plezier gewerkt met daklozen. Kortom, een heel diverse achtergrond.

‘De belangrijkste keuzes maak je puur met je gevoel, de onbelangrijke met je verstand.’

‘Wat wil jij na je dood? Wil je begraven of gecremeerd worden, heb je zelf duidelijke wensen?’ vraag ik hem. ‘De uitvaart is voor de nabestaanden, mij maakt het niet uit wat er dan gebeurt’, antwoordt hij. ‘De allereerste kist die ik maakte was wel voor mezelf, maar die is verkocht.’ Hij vertelt dat hij eens in de paar jaar met zijn vriendin en dochter of soms met goede vrienden stap voor stap het hele scenario doorneemt vanaf het moment van overlijden tot en met de uitvaart. ‘Stel je voor dat ik hier ter plekke dood neerval’, legt hij ze dan voor, ‘wat gaan jullie dan doen? 112 bellen en daarna?’ Vervolgens gaat hij het rijtje af voor de anderen.
Zijn dochter van 18 is heel vertrouwd met zijn werk, ouders van vriendinnen schrikken nog weleens als ze horen wat hij doet. Ze heeft als baby al in kisten gelegen en fungeerde jaren als pasmodel op basis waarvan hij baby- en kinderkisten maakte. Ze vindt een kist dan ook totaal niet eng. Inmiddels heeft ze haar rijbewijs en helpt hem af en toe met het bezorgen van de grafkisten.

‘Na de dood – Grafkistenmaker’ (Over mijn lijk – BNN)

Behalve met werk, ontspanning en sporten, houdt hij zich sinds vorig jaar augustus ook actief bezig met Syrische vluchtelingen. Hij had al langer het gevoel dat er iets niet klopte: ‘die rijkdom van ons en die onveiligheid van hen’, en wilde er meer van weten, met ze in contact komen. Samen met een vriendin deed hij mee aan de actie ‘Welkom in Utrecht’ waarbij ze aan drie Syriërs gekoppeld werden en daarmee gingen eten. Het was een heel leuke ervaring waar ook een aantal bijzondere initiatieven uit zijn voortgekomen zoals het fietsproject en de nieuwjaarsduik. Uiteindelijk hebben ze met zes asielzoekers nog steeds een warm contact. Hij is sowieso een voorstander van kleinere asielzoekerscentra waar vluchtelingen meer privacy hebben en de mogelijkheid krijgen om zelf te koken en meteen de taal te leren. Zet er bijvoorbeeld ook Nederlanders tussen, een gemêleerde groep mensen, dat is de beste manier om snel te integreren volgens hem.
Marjelle

Op het nachtkastje Hoe ik talent voor het leven kreeg Rodaan Al Galidi
Motto ‘Als we echt alles gaan delen, dan zijn alle problemen in de wereld opgelost’
Radboud draait Non, non, rien n’a changé Les Poppys

Meer interviewseries vind je op Marjelle ontmoet

Alaaf!

Nog even snel boodschappen doen, denk ik, en loop naar beneden waar m’n fiets al trouw op me staat te wachten. Als ik de deur opendoe, dreunt de carnavalsmuziek me tegemoet. Tilburg is ondergedompeld in carnavalssferen en iedereen mag het weten. Onderweg kom ik plukjes feestgangers tegen, sommigen uitgedost in de vreemdste creaties, bij anderen herinneren alleen een paar geschminkte vlaggetjes op het gezicht nog aan carnaval. Een enkeling kijkt duf door bloeddoorlopen ogen en ziet er nu al uit alsof zijn laatste uur geslagen heeft.

carnaval man
Het is pas zondag
, echte diehards gaan door tot dinsdag. In de supermarkt lopen de meeste mensen er onverkleed bij, net als ik in m’n doordeweekse kloffie. Er stroomt geen druppel Tilburgs bloed door m’n aderen, ik woon hier pas twee jaar en kijk met nuchtere ogen naar het fenomeen carnaval. Als ik kleumende carnavalsvierders voorbij zie komen moet ik onwillekeurig denken aan het Zomercarnaval in Rotterdam, stad waar ik heel lang gewoond heb. Zomerse temperaturen, swingende klanken en dito lijven, dat is meer míjn idee van carnaval vieren. Gelukkig valt er over smaak niet te twisten. 😉
Marjelle

Tilburg, typisch kruikenstad

Foto Pixabay

Als ik kon toveren…

Bijna een maand is het nu doodstil op m’n blog. Geen verhalen, geen overpeinzingen of foto’s. De afgelopen periode is er een van vallen en veel opstaan. De eerste woorden die in me opkomen zijn: pijn, dokters, deken tegen de kou, huizenjacht en oogmigraine. Dat laatste is een nieuw fenomeen dat z’n intrede heeft gedaan. M’n ogen – die ik zo hard nodig heb om de wereld te bezien en m’n freelance werk te doen – zijn overgevoelig geworden voor licht en schitteringen. Met name beeldschermwerken levert veel problemen op. Zo’n migraineaanval gaat gepaard met lichtflitsen, duizeligheid, misselijkheid en soms ook hoofdpijn. De eerste keer dat het beeld van de pc begon te golven en ik bewegende caleidoscopische figuren zag, was dan ook best angstaanjagend. Ik zwabberde door het huis, zocht onderweg af en toe steun tegen een muur en had geen flauw idee wat er aan de hand was. ‘Rustig blijven’, mantra-de ik. Ik heb al zoveel overleefd, dacht ik erachteraan.

Toverstokje

Aan de ene kant wilde ik niets liever dan alles opschrijven. ‘Het moet eruit’. Aan de andere kant verstarde ik bij het idee om erover uit te weiden. De benarde situatie waarin ik al een hele tijd zit, wordt er niet beter op ondanks al mijn inspanningen en wie zit er nou te wachten op verhalen daarover. Mensen willen success stories horen. Ze willen dat hun geloof in de maakbaarheid van de wereld intact blijft en papegaaien elkaar zonder enige kennis van zaken na: ‘Alles komt goed.’ Het is dan ook geen toeval dat termen als ‘toverstokje’ en ‘lucky break’ steeds vaker opduiken in m’n berichten en gesprekken. Ik zit dus in een bizarre spagaat. Uit deze ongezonde leefomgeving wegkomen lukt (nog) niet, omdat ik een weinigverdienende freelancer ben, die slechte woonsituatie heeft weer negatieve effecten op m’n gezondheid, wat weer zijn weerslag heeft op m’n inkomen et cetera. De cirkel is vicieus, je spreekt het bijna uit als vicious. 😉 Een parttime baan of een ander huis, één van beide kan al een wereld van verschil maken. Voor mij & mijn gezondheid.
Marjelle

Aan de keukentafel met Daan!

Na ‘Beeld van een blogger’ en ‘Beeld van een tweep’ komen in de derde serie Facebookers aan bod. Op zoek naar de mens achter de avatar, een ontmoeting met een man/vrouw in zijn/haar stad.

Beeld van een Facebooker (6)
Na een dwaaltocht door Utrecht beland ik dan eindelijk voor de deur van Daan. ‘Journalist, verlies- en rouwdeskundige, levensgenieter’ staat er op haar site, veel meer dan dat weet ik  niet. Daan doet open, vriendelijk gezicht, heldere ogen, ik loop achter haar aan de ruime woonkeuken in van het mooie, oude pand. We gaan zitten aan de lange tafel met aansluitend een kookeiland, de ideale plek om mensen te ontvangen en bij te praten. Later hoor ik dat haar man hier ook kookworkshops geeft. Als we het over eten hebben, lichten haar ogen op. Ze houdt erg van gekruid eten, van Marokkaanse gerechten zoals couscous royale en vegetarische tajine. Daan laat me Casa Benali zien, haar favoriete kookboek. Bij de prachtige foto’s van kleurrijke gerechten loopt het water me in de mond. Ze is enthousiast, dit kookboek is niet zomaar een kookboek, het bevat naast exotische recepten ook poëtische intermezzo’s.

“Als er vroeger iets op het menu stond wat ik niet lustte, kwam er in plaats daarvan een andere groente op tafel.”

Het gesprek gaat verder over rouw. Daan heeft op 14-jarige leeftijd haar moeder verloren en ze vertelt: ‘Mijn vriendinnen waren er gewoon, ze hebben ervoor gezorgd dat ik overeind bleef.’ Toen ze 22 was werd haar vader ziek en ze was 32 toen ook hij overleed. In 2007 verscheen haar eerste boek Leven zonder ouders.
‘Je hebt een heel mooi Afrikaans gezegde, ”It takes a village to raise a child”. Je hebt een dorp nodig om een kind op te voeden en dat dorp heb je ook nodig om te rouwen.’ Ze gelooft in burgerinitiatief, je hebt buurmannen en buurvrouwen nodig om overeind te blijven. Dat geldt voor vluchtelingen én voor mensen in de rouw. Na een heftig verlies heb je niet per se altijd een (rouw)therapeut nodig. Mensen blijven overeind omdat dingen ook blijven zoals ze waren (school, juf, etc.). Je hebt mensen nodig die jou helpen, je hoeft niet van de pijn afgeholpen te worden. ‘Ik vind het fascinerend om te zien hoe mensen ermee omgaan en hoe ze op hun eigen kracht er verder mee kunnen gaan.’

“Als je geen dorp hebt om in te schuilen, zoek een nieuw dorp.”

Daan Westerink
Foto Godfried van Utrecht

Over de vluchtelingenproblematiek: ‘Mensen vergeten wat vluchtelingen zijn, ze vluchten letterlijk in pyjama hun huis uit met kleine kinderen. Wij krijgen hier gefilterde informatie, we zien de satellietzenders niet.’ Ze vervolgt: ‘Mensen hebben vaak een korte memorie van wat er in de geschiedenis is gebeurd. Ze vragen zich niet af waarom de vluchtelingstroom groeit, wat ons aandeel is erin.’ Oorlog voeren werkt niet: ‘Ik ben een enorme pacifist, ik geloof niet in wapenhandel.’ Als mogelijke oplossingen noemt ze: opvang in de regio, Assad moet stoppen met de eigen bevolking te bombarderen, een boycot van Saoedi-Arabië. Op microniveau kun je ook hulp geven door in kleine kring goede dingen te doen waarbij verbinding het uitgangspunt is. ‘Adopteer een vluchteling’ bijvoorbeeld als variant op het Foster Parents Plan. Ze legt uit: ‘Wees een aanspreekpunt voor één vluchteling.’ Zelf heeft ze Majed ‘geadopteerd’. Zijn vrouw en kleine kinderen zijn in Syrië achtergebleven en hij mist ze heel erg. Langzaam maar zeker gaat het nu iets beter met hem, hij traint voor de marathon en volgt Nederlandse les op Youtube.

“Dit land bestaat alleen maar uit mensen die uit alle windstreken zijn komen aangewaaid.”

Als ik ten slotte op een luchtiger onderwerp overga en naar haar favoriete vakantiebestemming vraag, hoeft ze niet lang na te denken. De combinatie van stedentrip en festival vindt ze ideaal, zoals Berlijn en Lollapalooza, dat was een geweldige ervaring. Ook Rotterdam, Antwerpen, Rome en Edinburgh – je bent zo de stad uit en staat midden in de Highlands – vindt ze prachtige steden. Volgend jaar staat Australië op het programma, met man en twee tienerdochters gaat ze logeren bij familie. Ondanks haar drukke leven heeft ze ook nog tijd voor hobby’s. Ze werkt nl. niet alleen als journalist en docent journalistiek, maar volgt ook een masteropleiding pedagogie, geeft lezingen en trainingen over omgaan met verlies en is bezig met twee boeken. Behalve van koken houdt ze van volleybal, daarnaast gaat ze regelmatig naar de sportschool. Het was even wennen in het begin, maar inmiddels doet ze het met veel plezier. Ook voor muziek, lezen en fotograferen maakt ze graag tijd vrij, al staat concertbezoek nog steeds op nummer 1.
Marjelle

“Waar ik ook ben, ik kan niet als toerist ergens rondlopen. Ik ontspan me het liefst met mensen, samenzijn met anderen.”

Op het nachtkastje Jacht Elvis Peeters
Motto ‘Each human being is human and counts as the moral equal of every other’ Martha Nussbaum
Daan draait Nick Cave

Meer interviewseries vind je op Marjelle ontmoet

Het stoerste blaadje…


Herfst… het stoerste blaadje valt pas in maart van de boom

Meer leuke herfst-Loesjes vind je hier.

Reddende engel!

Na ‘Beeld van een blogger’ en ‘Beeld van een tweep’ komen in de derde serie Facebookers aan bod. Op zoek naar de mens achter de avatar, een ontmoeting met een man/vrouw in zijn/haar stad.

Beeld van een Facebooker (5)
Op een muisgrijze dag kom ik aan op Utrecht Centraal. Gewapend met plu baan ik me een weg door de wijk Lombok. De levendige straatjes met diverse eettentjes en allerhande geurige winkeltjes doen me even denken aan Rotterdam. Iets na vieren klop ik aan bij Rachel van de Pol. Ik herken haar meteen van de foto’s, leuke vrouw, lief gezicht en een open blik. We gaan aan de eet-/werktafel zitten met een hete beker rooibosthee en ik vraag naar haar hobby’s, de dingen waar ze blij van wordt. Ze vertelt dat ze van fotograferen, lezen, schrijven en muziek houdt. Daarnaast heeft ze ook veel gesport en tot een paar jaar geleden beachvolleybal op eerstedivisieniveau gespeeld. Het was een drukke tijd met elk weekend wel toernooien, maar dat had ze er toen graag voor over. Ze vindt het heerlijk om op het strand te zijn.

‘Daar had ik een enorme drive voor, ik vond het zó leuk!’

Na haar studie Internationale betrekkingen in historisch perspectief werkt ze eerst nog een tijd door als huiswerkbegeleider. Haar liefde voor schrijven is er dan al, tijdens haar studie schrijft ze stukjes voor diverse studentenbladen. Vervolgens krijgt ze de kans een vrijwillige stage te doen bij Reed Business Education. Ton Bakker ziet wel iets in haar en geeft haar een kans om het vak te leren, een mooie ervaring waar ze veel aan heeft gehad. Op onder andere dokterdokter publiceert ze een tijdlang artikelen over lifestyle en gezondheid. Met een grote glimlach vertelt ze: ‘Het is best wel grappig, toen m’n nichtje een keer googlede op ”bikinilijn scheren”, kwam ze onder dat artikel mijn naam tegen.’ Daarnaast heeft ze ook voor Fancy geschreven over de problemen tussen pubers en ouders.

Rachel van de Pol

In 2014 besluit Rachel het roer om te gooien en écht wat te doen om de wereld beter te maken. Eén jaar lang verricht ze elke dag een goede daad, 365 in totaal. Op haar blog Ik red de wereld verhaalt ze met de nodige humor over al die heldendaden en -daadjes. ‘Wat doet het met jouw brein om iemand gelukkig te maken?’ vraag ik nieuwsgierig. Ze denkt even na. ‘Het maakt mijn brein wel blij, niet alleen een  ander helpen, maar ook alles op het gebied van technologische verduurzaming, bijvoorbeeld ”plasticsoep”. Het is goed om daar een onderdeel van te zijn.’ Ze vervolgt: ‘Mijn tool is mijn pen, om dingen die heel ingewikkeld zijn of groot lijken, op te delen in kleine stukjes en dan duidelijk te maken wat je eraan kunt doen.’

2014 was een bijzonder jaar. Kort na de eerste goede daden stond er al een artikel in het AD, werd ze gebeld door radiostations en gaf ze interviews alsof ze nooit anders gedaan had. Het was wel even wennen aan de reacties, opeens ben je een publiek persoon, iedereen vindt wat van je. Er waren ook negatieve reacties, zoals ‘dat meisje wil alleen maar aandacht’ en ‘ze denkt zeker dat ze moeder Theresa is’. Aan het eind van het jaar voelde ze zich compleet leeggezogen. Haar vriend zei: ‘Je bent jezelf niet, je bent echt sip.’ Om bij te tanken is ze toen in februari op het vliegtuig gestapt naar Brazilië. Die vakantie verliep echter anders dan verwacht, met een fikse oogontsteking vloog ze vier weken later terug naar Nederland, waar ze een paar maanden rust moest houden voordat ze weer aan het werk kon. Een periode die ze als frustrerend ervoer, maar toen ze zich uiteindelijk erbij neerlegde en rust nam, ging haar herstel met sprongen vooruit.

‘Ik heb geleerd dat als je je nek uitsteekt, mensen er altijd wel wat van zullen vinden.’

Soms vraagt ze zich af of ze wel genoeg doet. ‘Ik ga anders met m’n kleren om, met hoe ik kook…’, licht ze toe. Ze koopt altijd fairtradekleren of tweedehandskleding en ze eet geen vlees. Wel maakt ze heel soms een uitzondering als ze uiteten gaat, dan bestelt ze weleens vis. Inmiddels heeft ze besloten om ook dat niet meer te doen, want hoe lekker het ook heel even is, erna voelt het toch niet goed. De komende maanden staat er dus geen vis meer op het menu. Waar ze ook af en toe mee worstelt, is als mensen om haar heen consumentengedrag vertonen waar ze haar vraagtekens bij heeft. Meestal onthoudt ze zich van commentaar, behalve als mensen feitelijke onjuistheden debiteren, dan probeert ze op een vriendelijke, niet-belerende manier haar visie te geven.

‘1 juni 2015: Werk bij RTL gaat goed. Oog gaat goed. Familie is gezond. De zon schijnt soms. Leven loopt fijn. En toch blijft het knagen. Moet ik niet iets doen? Iets meer dan dit?’ (Uit: The return of the Rachel)

Rachel is over haar ervaringen van afgelopen jaar momenteel een boek aan het schrijven. Met de hulp van een literair agent, die diverse uitgeverijen heeft benaderd, is het uiteindelijk uitgeverij Balans geworden die het boek gaat uitgeven, iets waar ze erg blij mee is. De definitieve titel is nog niet bekend, voorlopig gaat het boek onder de werktitel Handboek voor een alledaagse held door het leven. Volgend jaar zomer komt het uit. Ze verdeelt haar tijd nu tussen haar werkzaamheden als freelance eindredacteur bij RTL Weekend Magazine en het werken aan haar boek. Regelmatig duikt ze ’s ochtends om 09.00 uur achter haar laptop met een kop koffie en gaat aan de slag. Een hele uitdaging – een boek schrijven – zeker voor een perfectionist als Rachel, maar het geeft ook zo’n fijn en trots gevoel als het lukt.
Marjelle

Op het nachtkastje Het grote huis Nicole Krauss
Motto ‘Kom op voor je idealen, maar neem jezelf niet te serieus’
Rachel draait Oscar And The Wolf

Meer interviewseries vind je op Marjelle ontmoet

Píttig!

Bepaalde gewoontes van mensen kunnen irritatie oproepen. Zo hebben veel mensen er wel een paar die hoog op hun irritatie-index staan. De één vindt smakken aan tafel vreselijk of iemand die met zijn vingers knakt. Tergend langzaam, één voor één. Een ander krijgt bijna een waas voor ogen als iemand constant met een pen zit te tikken of met z’n voet op en neer aan het wiebelen is. Ik herinner me dat ik er ooit in een wachtkamer commentaar op kreeg van een zwaar geïrriteerde vrouw. ‘Stop daarmee!’ zei ze. Nu ben ik in de regel ongevoelig voor bevelen, of iemand moet er een pistool bij trekken, dus ik wiebelde gewoon – zij het iets minder relaxed – door.

Pepers

Zo is het ook met woorden. Bij sommige uitdrukkingen springen m’n haren bijna rechtovereind. Als mensen het er bijvoorbeeld voor de zoveelste keer over hebben dat iets moet ‘indalen’, dat ze gaan ‘knallen’ of dat ze er voor ‘duizend procent’ voor gaan. De gewoonte om bij alles ‘komt goed!’ te roepen vind ik ook tenenkrommend, maar er is één woord dat momenteel werkelijk vrijwel overal voor gebruikt wordt. Pittig. Kende ik het vroeger vooral in de betekenis van gekruid, pikant, inmiddels wordt het voor allerlei varianten gebruikt. Van apart, bijzonder, moeilijk, lastig, niet leuk, wél leuk, pijnlijk tot boeiend… Kortom, als je niet weet wat je moet zeggen, zeg dan gewoon ‘mmm, bést wel pittig’.
Marjelle

Foto Pixabay