Tagarchief: nai

Huis-, tuin- en keukendingen?

Gisteren voelde ik ondanks slaaptekort hernieuwde energie na de afspraak met M. Ik hoorde dingen over m’n vader† die ik niet eerder gehoord had, de manier waarop ze erover vertelde was zo echt, zo intens dat ik onmiddellijk wist dat het waar was. Hij is nu dichterbij dan eerst. Ook vandaag houdt dat gevoel aan. Vanaf Marconiplein loop ik naar de Da Costastraat, ik heb een afspraak bij de pedicure, m’n voetjes mochten wel een keer verwend worden vond ik. Aardige vrouw, we raken aan de praat over het leven, mannen, vreemdgaan en burenoverlast. Herkenning is er op een aantal fronten, haar buren lijken als twee druppels water op de mijne. De hoop op verandering heeft ze allang opgegeven, net als ik droomt ze af en toe van een rustige plek.


Op tintelende voeten wandel ik weer naar buiten, onderweg begint het te motregenen. Ik vraag aan een voorbijganger, man blauwe ogen, waar het dichtstbijzijnde metrostation is. ‘Dat is nog ruim 1 km lopen’, zegt hij vriendelijk. Als hij m’n teleurgestelde gezicht ziet biedt hij aan om me met de auto ernaartoe te brengen. Wat lief, denk ik, maar sla toch het aanbod af. Eenmaal aangekomen in het Wester Paviljoen zie ik dat ik een telefoontje heb gemist van de woningbouwconsulente die ik al wekenlang probeer te pakken te krijgen. Het VoiceMail-bericht meldt dat ze volgende week een afspraak heeft met mijn bovenburen. Eindelijk actie na een paar maanden mailen en bellen. Als ik thuiskom zie ik nog iets wat me blij maakt, wanneer daarna de buren keiharde muziek opzetten, de drums dreunen door het plafond heen, probeer ik dat positieve gevoel vast te houden hoe moeilijk dat ook is.
Marjelle

Foto gemaakt in Huis Sonneveld

Vuoi Vuoi Mu, Idjagiedas Mari Boine

Spinvis – Leuke mannen bestaan wél!

De avond begon al meteen verkeerd. Een half uur en één beker witte wijn later stond ik op het punt naar huis te gaan. E. had me meegevraagd naar de Parade. Omdat ik afleiding heel goed kon gebruiken, zei ik ja, al ben ik nooit een festivalganger geweest, ik hou meer van klein & knus. Om half acht zou ik bij het Orkater-Sadists-podium zijn, ik had alleen niet gerekend op een lange rij in de zon en sloot geduldig achter aan. Eenmaal door de controle haalde ik nog snel wat te drinken, ‘die paar minuten maakt niet uit’, dacht ik.

Tot mijn verbazing bleek het geen open podium maar een tent waarin het optreden al in volle gang was. Ik kon het aardige meisje niet vermurwen om me alsnog binnen te laten, want dat zou de voorstelling verstoren, zei ze. Aangezien de act pas over een uur afgelopen was, besloot ik m’n kaartje in te wisselen en terug te gaan naar huis. Ik voelde me in die lachende, pratende mensenmassa extra alleen. Toen ik opnieuw in de nu nog langere sliert voor de kassa stond, zag ik opeens een pijl naar het Natuurhistorisch Museum. In een opwelling besloot ik ernaartoe te lopen ondanks m’n hekel aan wandelen, ik herinnerde me de grote kraai voor de glazen pui die ik graag op de foto wilde zetten.

Een paar minuten later was ik het gemiste optreden en kaartjesgedoe alweer vergeten toen ik rechts van mij een idyllisch plaatje zag, glooiend gras, bruggetjes, beelden glinsterend in de avondzon, snaterende eenden en zonnebadende mensen, voor het eerst zag ik het Museumpark, Rotterdam op z’n groenst. Het enige dat de idylle verstoorde was het woeste geblaf van rondspringende honden, voor mij een reden om snel verder te gaan. Al hou ik veel van dieren, sommige kom ik liever niet tegen. Ik kwam terecht bij het museum waar de kraai er nogal futloos bij stond, maar de venusbenen in de tuin m’n fotohart iets sneller deden kloppen.

Nadat ik weer herenigd was met E. en M. en we eensgezind aan wijn en bier zaten, bleek Spinvis een kwartier later op te treden. ‘Leuk!’ zei ik, ik ken hem nog van nummers als Bagagedrager en Aan de oevers van de tijd. Die veertig minuten in een donkere NAI-zaal maakten even alles goed, zijn warme stem, sympathieke uitstraling, intelligentie vermengd met humor en het iets onhandige-lieve; een mooi optreden, beter en indringender dan de cd. Ik kreeg zin om te dansen, verliefd te worden en dacht ‘zie je wel, leuke mannen bestaan nog!’ Alleen jammer dat ik ze niet tegenkom.
Marjelle

Minder blauw op straat!


Dankzij de ontwapenende badeend
van Florentijn Hofman*, die een dagje in de NAI-vijver ronddobberde, belandde ik een tijd geleden ook bij z’n andere kunsten.

Een van zijn opvallende werken vond ik het felblauwe huizenblok aan de Beukelsdijk.


Gisteren trapte ik
ernaartoe, een deel van Rotterdam waar ik nooit kom. Toen ik aan een voorbijganger vroeg waar de blauwgeschilderde huizen waren gebleven, wees hij naar het rijtje waar ik net langs was gefietst.

Er was geen spoor blauw meer te bekennen, in plaats daarvan staarde dit stukje straat me kleurloos aan. Anderhalf jaar geleden was het veranderd. ‘Ik ben te lang weggeweest’, dacht ik.


Op de terugweg
, vlak bij de Alliance Française waar ik volgende week voor het eerst naar een niveauhogergroep ga, staat dit beeld waar ik al eerder een foto van wilde maken.

‘Vooruit dan, je mag er op’, beloofde ik la grande musicienne en toen ik later nog even rondkeek zag ik aan de overkant toch een stukje blauw.

Marjelle

 

Dobberfilmpje

 

 

*"Iedereen heeft iets met een badeend. Hij is een glimlach voor de maatschappij in tijden van globalisering, waar de oceaan onze badkuip is."