Tagarchief: frans

¿Habla español?

Morgen begint de cursus, op een voor mijn doen vroeg tijdstip springt de cd-speler aan en word ik gewekt door de stem van Ingrid. Na een snelle douche en een bruine pindakaasboterham met thee moet ik eerst nog een half uur fietsen naar de Heemraadssingel. Daarna gauw het cursusboek aanschaffen en dan ben ik precies op tijd voor m’n allereerste les. Ik ben benieuwd naar de andere cursisten en ik hoop dat er ‘amable gente’ bij zitten. Leuk om eindelijk weer een nieuwe taal te leren waar ik niets van weet op wat woordjes als conejo, piscina, mar en amor na. M’n voorkeur ging in eerste instantie uit naar Italië met z’n Rome en Venetiaanse gondels, meer dan naar Spanje, al blijft het mooie Andalusië me intrigeren net zoals de Extremadura waar ik ooit samen met H. een boek over vertaald heb. Toch viel de keuze op Spaans, want toen ik een tijdje geleden op de cursusmarkt van de Centrale Bibliotheek was bleek Italiaanse les al om negen uur ’s ochtends te beginnen en dat zag ik niet zitten.

Inmiddels is de eerste les achter de rug en loop ik met een medecursist over de Nieuwe Binnenweg op zoek naar een leuk eettentje. Uiteindelijk belanden we bij het Wester Paviljoen, een café waar ik in het verleden vaker met E.* ben geweest, een vriendschap die vorig jaar plotseling en zielloos eindigde. Aan de overkant zit Ari, het stamcafé van Jules Deelder vertelde ze me ooit. Bij een tosti ham-kaas geven we onze eerste indrukken van de cursus. Over de Spaanse lerares zijn we allebei positief, ze zet er tenminste flink vaart achter, zij het een beetje ongeduldig, maar vrijwel alles is beter dan degene die ik vorig jaar bij de Alliance Française had, toen heb ik helemaal niets geleerd. Dat zal me deze keer niet gebeuren. ‘Kom maar op met dat Spaans’, denk ik, ‘ik heb er zin in’.
Marjelle

Lady in Spain Ingrid Michaelson

*Als ik terugfiets naar de stad zie ik opeens een bekend gezicht verschijnen, het is voor het eerst in een jaar dat ik E. tegenkom, ik roep vriendelijk ‘hallo!’ en zie haar nog net verbaasd opkijken. Toeval bestaat niet.

‘Net als in de film’

Aan een zonovergoten tafeltje in Delfshaven op een doordeweekse dag in september voel ik dat de indian summer waar ik op hoopte z’n intrede heeft gedaan. Ik geniet van de nazomerzon op m’n gezicht en probeer m’n knorrende maag te negeren. Hier wordt geen lunch meer geserveerd en m’n andere favoriete bootterrasje was vandaag dicht omdat het te hard waaide. M’n relatieve rust wordt even verstoord door de jongen die alvast wil afrekenen omdat er straks een bockbierpresentatie is. Ik zag aan de overkant al cameramannen rondsjouwen met statieven en dat heeft daar alles mee te maken. M’n blik dwaalt verder en blijft hangen bij eetcafé Abrikoos en dé IJsgalerie, op de monumentale gevel staat om voor mij onduidelijke redenen in zwarte letters FOTOGRAFIE geschilderd. Straks nog wat foto’s maken, neem ik mezelf voor.




ondertussen zijn de filmmannen steeds dichterbijgekomen, ik besluit snel m’n glas leeg te drinken omdat ik geen zin heb om per ongeluk in een presentatiefilmpje terecht te komen. een andere gedachte schiet nu door m’n hoofd, daarstraks heb ik me opgegeven bij de volksuniversiteit voor een uur indidviduele coaching. al zegt die man maar één ding waarmee ik de impasse kan doorbreken of stelt hij net die ene vraag die me stimuleert en andere invalshoeken laat zien, dan is het ’t al waard. of ik daar ook een vervolgcursus frans ga volgen is nog onzeker, de titel van het lesboek in het vierde jaar is ‘voyages 2‘ en dat klinkt wel erg schools en simpel, maar laat ik er eerst eens ter plekke doorheen bladeren voordat ik de knoop doorhak.
marjelle


toontje lager


Martin uit Zuid

Allerlei namen buitelen in m’n hoofd terwijl ik een slablaadje in de mosterdsaus doop. Heerlijk romig, het smelt haast op m’n tong. Ook de ovenwarme ciabatta smaakt nog lekkerder dan anders, deze keer had ik echt honger. Ik kijk om me heen, hier op deze vertrouwde plek aan de Oude Haven waar ik vaker zit. Alleen jammer dat het zo hard waait, op dit soort momenten wil ik stekeltjeshaar. M’n oog valt op ‘alles van waarde is weerloos‘, het is voor het eerst dat ik vanaf dit punt deze dichtregel van Lucebert zie. Dat heb je ook met mensen, soms ontdek je opeens een bepaald trekje dat je al die tijd niet eerder opgemerkt hebt.


Straks tijdens de laatste les nog even een paar uur Frans praten bij evenveel glazen wijn en dan bedenken hoe ik het kan blijven oefenen. Misschien spring ik nu wél op de TGV naar Parijs en dan spreek ik onderweg elke Parijzenaar aan die ik tegenkom. ‘Sst, eerst doen’, denk ik erachteraan. Vanmiddag kwamen opeens wat muziekflarden bovendrijven, ‘Voulez-vous coucher avec moi?’ en ‘Je t’aime… moi non plus’. Wat je er verder ook van mag vinden, Frans is het in ieder geval wel.

Als het morgen echt zo’n mooi weer wordt, dan pak ik m’n fiets en race door het groene hart van Rotterdam naar dat leuke parkje toe, het kleine zusje van Het Park. Aangezien ik een mooiweerdoener ben is dat in 25 graden een stuk aangenamer dan met een camera in je verkleumde vingers. Soms denk ik weleens dat ik in het verkeerde land geboren ben en dat heeft niet alleen met temperatuur te maken. De namen aan het begin dwarrelen weer terug, R. deed me heel even aan m’n eerste liefde denken, Martin uit Zuid. Hoe zou het met hem gaan?
Marjelle

Circle Edie Brickell & New Bohemians

‘Oogjes dicht en snaveltjes toe!’

Vandaag heb ik mijn dag niet en dat komt ook niet meer goed. ‘Jij mag van mij voorbij zijn, zeg ik streng en dan morgen weer met gruwelijk frisse moed ertegenaan. ’s Avonds is er dan de laatste Franse les met veel vin, pain en boursin, dat vond de docente een goed idee en dit keer waren we het eens. Tussen de hapjes door wellicht de sterren van de hemel zwijmelen in het Frans, iedereen ietwat overmoedig geworden door de drank.

Er zijn een aantal dingen die in mijn hoofd zitten, maar elk onderwerp is of te beladen of te moeilijk. Sommige dingen mag je niet eens denken, laat staan uitspreken. Nu trekken mijn gedachten zich nergens wat van aan en soms ontsnappen ze even uit de dagelijkse tredmolen aan de Goudse Rijweg en droom ik ver weg. Ik zet alvast een streepje door de 14de, ik ben moe.



Wat wel leuk is, ik geef mezelf even een peptalk, is de tomatenplant die ik recent gekocht heb. Trots staat hij in de keuken te pronken met z’n roodgroene sappige vruchtjes, althans dat maak ík ervan. Eigenlijk eet ik nooit tomaat, maar dit terzijde. Straks misschien even een paar schijfjes bakken met ei, wat verse peterselie en kaas eroverheen, dat klinkt best lekker. Gisteren was het weer prachtig en heb ik nog een rits foto’s gemaakt op een ander deel van de Boompjes of misschien was het de Westblaak. Later nog een t-shirt geruild om 5 voor sluitingstijd. Maar gisteren is vandaag niet. Vandaag, ik zei het al, ben ik moe van alle dingen die voorbijgaan.
Marjelle

Riverman Nick Drake


Een paar steekjes los

‘Kopje thee?’ vraagt het meisje vriendelijk als ik verhit neerplof op een stoel. Tot m’n verbazing herkent ze me meteen van de vorige keer met O. Nu zijn we allebei ook bijzonder aardig, dat scheelt.
Vandaag was het binnen en buiten warm, té vond ik. Toen ik de fiets uit z’n hok bevrijdde en de deur uitstapte, viel er een warme wollen deken boven op me. Net versgedoucht en nu al voelde ik zweetdruppeltjes op m’n voorhoofd. In een sukkeldrafje fietste ik achter een paar jongens aan. Ik besloot dit keer geen poging te wagen om iedereen in te halen, maar trapte rustig door.


Prachtig (was het uitzicht) weer, de bulldozer uit een vorig blog kwam ik onderweg ook nog tegen. Veel wielrenners op de Boompjes, elke keer als ik er een voorbij zie flitsen, kijk ik net iets langer dan normaal, misschien zit Hans er wel bij.
Terwijl ik dit schrijf, pikt links en rechts een duif stokbroodkruimels van de grond, een watertaxi stampt in volle vaart voorbij. ‘That’s the place to be!’ besef ik, en een koele duik ín de schuimende golven spreekt me ook wel aan.

Ik denk aan de Franse les van gisteren toen de vervreemding weer toesloeg. Na eindeloos gepruts met monitor en camera toonde een van de cursisten de foto’s van haar strandvakantie en iedereen oh-de en ah-de eromheen. Met les had het niets te maken en ik was te stupéfait om er iets van te zeggen terwijl toeristisch Tunesië meer dan een uur lang aan me voorbijtrok en we uiteindelijk een kwartiertje over hadden.


Een andere gedachte schiet door me heen, hoe lukt het sommige mensen toch om er zelfs in deze hitte zo oogverblindend koel uit te zien? Alsof ze direct uit de wasmachine komen, vervolgens netjes gestreken zijn, geen haartje verkeerd, hun kleren ‘witter dan wit’ aan het einde van de dag. Het rode shirt in de kleur van m’n nieuwe bank die nog steeds niet lekker zit past beter bij me.
Ik denk ook terug aan het telefoongesprek met P. zondag. Het is een begin, zodat ik nu daadwerkelijk een eind kan gaan breien aan de losse draadjes waarin ik verstrikt ben geraakt. Dit weekend ga ik A. weer bellen en voor het eerst voelde ik daarstraks op de fiets het idee opkomen om ook met Hans contact op te nemen. Niet nu of morgen, meer als een mogelijkheid op termijn.


Ook J., m’n laatste ex, zit in mijn hoofd vandaag, maar dat heeft met heel andere dingen te maken. Toen ik daarstraks een paar puzzelkaarten wilde genereren voor de enige klant waar ik af en toe nog aan lever, kreeg ik voor het eerst de melding dat er geen verbinding gemaakt kon worden met de local host. Op dat moment wist ik dat ook voor dit allerlaatste segmentje het doek was gevallen. Kennelijk heeft J. weer iets veranderd waardoor dit script van hem niet meer werkt bij mij.

Boos ben ik niet, verdrietig ook niet, ik ben voornamelijk murw. Morgen ga ik de klant bellen dat ze alle kaarten uit hun assortiment moeten halen en de paar openstaande bestellingen moeten annuleren. Het wordt nu steeds dringender om eindelijk iets nieuws te bedenken op freelance gebied, de afgelopen jaren bijna zonder inkomsten hebben erin gehakt. Ook al smaakte het stokbroodje vanmiddag naar vakanties-van-lang-geleden en de zongedroogde tomaatjes naar meer, het is wel het duurste broodjekaas dat ik ooit gegeten heb, ik denk dat ik straks m’n avondeten maar een keertje oversla.
Marjelle

Muziek: ik spinvis nog even door

‘Met Marjelle’

Het waait zo hard dat m’n Franse aantekeningen en miniwoordenboekje over de tafel van het Kunsthalcafé heen vliegen. Ook m’n haar staat inmiddels alle kanten op, behalve de goede. Ik besluit de rest thuis af te maken en R. te bellen, een blogger die ik nog nooit gesproken heb.


Het gejoel van kinderen om me heen vormt niet meteen het ideale decor voor een eerste gesprek, maar ik geloof niet in ideaal. Oké, Beer komt een aardig eind in de buurt, dat dan weer wel. Geen toeval ook dat ik een tijd geleden het blog ‘Mijn ideale blogman bestaat niet’ schreef. Gelukkig maar, het zou doodsaai worden.
Ik pak m’n mobieltje, klik op ‘R….’ en hoor de telefoon overgaan.
Toch wel spannend, hoe klínkt iemand die je alleen van mailen kent?
Marjelle

‘Wát ga je doen?’

Beer en ik zitten op de bank, ik op de iets doorgezakte helft, hij aan de andere kant. Ik denk aan het voorstel van m’n docente Frans om deze week ook een woensdagles te volgen, omdat ze m’n niveau te hoog vindt voor de dinsdaggroep. Twee lesavonden achter elkaar vind ik wel erg veel en om nu weer midden in een ons-kent-ons-groep te vallen, is niet echt m’n favoriete bezigheid al loopt het als een rode draad door m’n leven. Die studie bijvoorbeeld waar ik toentertijd midden in het jaar mee begon, de colleges voor diverse vakken waren allang voorbij waardoor ik een programma-op-maat had met overwegend mondelinge tentamens. De eerste medestudenten zag ik pas na een maand of acht, wat niet in alle gevallen een nadeel bleek.

Allerlei gedachten schieten door m’n hoofd. ‘Beer, ik volg die extra Franse les volgende week wel, want ik moet ook nog naar-‘, en ik mompel iets onverstaanbaars.‘Ik wist niet dat je dan weg was’, reageert hij verbaasd.
‘Ja, ik ga speedd…’, zeg ik binnensmonds.
‘Wát ga je doen?’ roept hij verschrikt en laat bijna z’n theebeker uit z’n pootjes vallen.
‘Speeddaten’, antwoord ik met een inmiddels rood hoofd.


Beer begint te lachen
.
‘Ik wil méé’, zegt hij, ‘ik wil weleens zien hoe je dat aanpakt!’ ‘Je houdt toch helemaal niet van prietpraat’, vervolgt hij, ‘wat denk je dat je in drie minuten kunt zeggen of horen wat interessant is?’
‘Het was meer een opwelling nadat iemand erover verteld had’, leg ik hem uit, ‘soms moet je dingen doen die je eng vindt, over drempels heen en het leek me ook leuk als een soort van psychologisch experiment. Even wat anders dan in de kroeg hangen, al doe ik dat bijna nooit. De plannenmaakfase vind ik vaak veel leuker dan de doefase’, ga ik door, ‘deze keer vraag ik me ook af waar ik in godsnaam aan begin, ik vind het doodeng.’

Hij knikt instemmend en zegt peinzend
‘een van de eerste vragen gaat waarschijnlijk over werk, heb je erover nagedacht hoe jij in een halve minuut kunt vertellen dat je geen baan hebt zonder dat die ander gelijk wegsprint? En dan heb je nog precies één minuut om te vertellen wat er dan zo leuk aan je is’, zegt hij met een grote grijns op z’n snuitje.

‘Die paar minuten zijn natuurlijk veel te kort om dat soort dingen aan een wildvreemde uit te leggen die geen context kent’, antwoord ik, ‘bovendien ben ik soms onhandig eerlijk als het mezelf betreft.’
‘Wat is jóuw eerste vraag?’ informeert hij nieuwsgierig.
‘”Wat bezielt je?” ligt op het puntje van m’n tong, maar dat zég ik natuurlijk niet’, stel ik hem meteen gerust.
Misschien neem ik een watertaxi ernaartoe, ik zie me alweer full speed door de haven schuimen. Dat deeltje van de avond is in ieder geval leuk.’
Marjelle

Coldplay

Foto Beer: Witold Riedel

Meer Beer o.a. in:
Beer wil meer!
Ik heb zo’n zin in je!
Turkse buurtflarden

De zwaan die geen zwaan was

De lucht is zomers blauw en steekt af tegen m’n rode shirt. Als ik nog lang in de zon blijf zitten wordt m’n gezicht dezelfde kleur. Ik leg even m’n pen neer en kijk over het groengrijze water naar de oude zeilschepen en strakke lijnen van de Willemsbrug. Dit is een uniek plekje Rotterdam.
Echt rustig is het hier niet, er wordt gewerkt en niet zo’n beetje. Het geluid van heien klinkt in m’n oor. Het contrast tussen het idyllische plaatje en het gestamp van heipalen is groot, toch is dat ook, of júist Rotterdam.





ik denk aan allerlei dingen zonder kop of staart. aan hans, franse willy, de les van vanavond, vorige week toen ik weer met griep in bed lag, een vriendin ver weg die ik gisteren voor het eerst in tijden gesproken heb, de beladen vraag die ik nog aan e. moet stellen, m’n broer die al maanden van de aardbodem verdwenen is, het glas witte wijn dat ik straks ga drinken, de toekomst die het verleden is volgens een bepaalde indianenstam*, de foto’s die ik nog ga maken, een zielsverwant die ik zo godsgruwelijk mis, m’n leven nu, de mensen die in m’n hart zitten en die ik heb verloren onderweg en vraag me af wanneer ik ooit weer iemand tegenkom die mij woordenloos begrijpt.
ik voel de zon op m’n gezicht en neem nog een slok witte wijn waarin het ijs allang gesmolten is.
marjelle
 
 

*’De mensen van dat volk zien het verleden voor zich liggen en voelen de toekomst in hun rug. Hun gezichten zijn naar de geschiedenis gekeerd, wat nog komen zal komt als een onvoorziene overval.’
Uit: Contrapunt Anna Enquist
 
(2 juni 2009)

Turkse buurtflarden

Binnen
Ik kijk naar de strakblauwe lucht. Het liefste zou ik nu samen naar een van de vele terrasjes gaan die Rotterdam rijk is, maar een paar vriendinnen hebben andere dingen te doen. De laatste jaren heb ik door veranderde omstandigheden
zoveel ook praktische dingen alleen moeten doen, vaak met bloed, zweet en tranen; te veel weet ik. In sommige situaties is de drempel die je ook letterlijk in je eentje over moet erg hoog hoezeer je ook probeert je onzekerheid te verbergen achter je meest stoere blik. Ik heb me nog nooit zo eenzaam gevoeld als in deze periode, soms kom je niet op de bodem terecht, maar ga je er dwars doorheen.
~
~~
Met de fiets
Snel trap ik langs de overvolle terrasjes aan de Oude Haven. Flink m’n frustraties en onrust afreageren door zo hard mogelijk te gaan en iedereen voorbij te vliegen. Beer moet er altijd om lachen als ik dat doe, voor hem is een slakkengangetje al uptempo. Ik besef dat uitgerekend op paasmaandag een terrasje geen goed idee is, als je al niet in een dip zit zou je er acuut een krijgen.
‘Soms moet je over grenzen heen’, zegt Beer naderhand, ‘en soms moet je ze juist bewaken.’ Een beetje belerend is-ie wel af en toe.
Ik glimlach.
~~~
Op het balkon

Als ik de telefoon neerleg, vang ik Turkse buurtflarden op. Marokkaanse Leila had ik aan de lijn, niet alleen heeft ze een sprookjesachtige naam, ze klinkt ook aardig. Ze vertelde onder andere dat ze iemand miste om Frans mee te praten. Ik riep verbaasd dat ik over een week met een cursus van Alliance Française ga beginnen. Leuk om eindelijk wat nieuws te leren besef ik weer, dat wil ik op meer gebieden. Nieuwe impulsen, uitdagingen, tegenwicht, verbondenheid, ik mis het zó, maar nog meer mis ik liefde, aanraking en tederheid. We zijn allebei blij dat we iemand hebben gevonden om onze kennis van Frans op uit te leven. Zonder te zoeken. Zo gaat dat soms, of het nu om een taal gaat, inspiratie of een man.
‘Wie zoekt komt alleen zichzelf tegen’, bromt Beer vanuit de deuropening, hij is écht op dreef vandaag.
Ik glimlach weer.
~~~
Beer en ik

We zitten nu voor het eerst sámen op het balkon. Ik probeer angstvallig de laatste lentestraaltjes op te vangen, Beer boeit dat allemaal niet, die is al bruin genoeg van zichzelf en kruipt nog wat dichter tegen me aan. Míjn boom heeft haast ongemerkt prilgroene blaadjes gekregen en ik probeer er met m’n nieuwe telefoonspeeltje een foto van te maken. Terwijl ik daarmee bezig ben, kijk ik opeens recht in het norse gezicht van een man die net onder m’n balkon doorloopt.
Beer steekt z’n tong tegen hem uit en denkt dat ik het niet zie. Zag ik dat soort zaken maar niet, overpeins ik, of mensen nu hun broek ophijsen, aan hun kont krabben, dat zijn juist altijd de eerste dingen waar m’n oog op valt.
Marjelle

Who wants to live forever Queen

Meer Beer o.a. in:
‘Wát ga je doen?’
Ik heb zo’n zin in je!
Beer wil meer!